maandag 1 mei 2017

Flamingo

Ik sta in de kamer
Op één been
Als een flamingo
Wel roze, maar zonder veren
‘Strek je armen uit’, zegt hij.
En ik strek mijn armen uit
‘Palmen omhoog’, zegt hij.
En ik draai mijn palmen omhoog.
‘Houden zo’, zegt hij
En ik hou zo.
(Ik hou heel erg veel zo)

Mijn benen beginnen te trillen.
Eerst met kleine schokjes
Dan continu
Hij legt boeken op mijn handpalmen
De bijbel in de rechterhand The complete works of Shakespeare in de linker
Nu trillen mijn armen ook.
Ze zakken een beetje naar beneden
Hij duwt ze zachtjes weer omhoog
‘Houden zo’, zegt hij.
En ik hou zo.

Hij zit neer op bed en leunt naar achter.
Hij wacht.
Hij heeft geduld.
Er loopt zweet langs mijn rug.
Het kietelt.
Mijn armen trillen en zakken.
Ik verlies mijn evenwicht.
Shakespeare valt op de bijbel en met z’n drieën vallen we op de grond.
Hij kruipt van het bed
Ligt naast me op de grond
Veegt het zweet van mijn voorhoofd
Legt zijn arm om me heen
En fluistert in mijn oor.
‘Opnieuw’, zegt hij.
En ik probeer het opnieuw.

Hij geeuwt
Ik flamingo.
Hij kijkt
Ik flamingo.
Hij slaapt
Ik flamingo.

Ik word steeds beter
Ik word goed getraind
Ik word dunner
Ik word geboetseerd
Ik word gevoerd
Ik word onderhouden
Ik krijg veren.
Mijn nek trekt krom.

De zon komt op en gaat onder
Hij loopt de kamer in en uit
Hij verandert
Hij groeit
Hij bloeit
Hij leeft
en ik
flamingo.

zaterdag 22 oktober 2016

Metro Luchtbal


Het miezert. De metro is niet erg druk, maar druk genoeg om mensen elkaars lichaamsgeur op te laten snuiven. De ramen zijn vochtig, net als sommige passagiers. 

Drie meisjes staan in een hoek tegen elkaar geplakt. Twee van hen dragen een hoofddoek, het derde houdt een gsm omhoog. Allen kijken ze gefascineerd naar het scherm. ‘Met vier vrouwen?’, vraagt het meisje met de zwarte hoofddoek. ‘Nee, toch?’, voegt het andere gehoofddoekte meisje toe. ‘Ja. Met vier vrouwen. Ik ben zo trots op hem. En blij voor hen natuurlijk.’, antwoordt het meisje met de gsm. De andere meisjes zijn het er niet mee eens. ‘Ik vind het niet kunnen.’, zegt de ene. ‘Een huwelijk is toch iets tussen één man en één vrouw. Niet één man en vier vrouwen?’ Haar vriendin knikt. ‘Ja, zou jij het fijn vinden als jouw man nog drie andere vrouwen heeft? Dat kan toch niet.’ Het meisje wijst naar haar gsm. ‘Kijk, ze lachen. Ze zijn allemaal tevreden. Mijn broer heeft er nog nooit zo gelukkig uitgezien. Zou jij een echtgenoot weigeren omdat hij nog drie andere vrouwen heeft?’ De twee andere meisjes lachen. ‘Absoluut. Daar zou ik geen probleem mee hebben.’ Het meisje steekt haar gsm in haar broekzak. ‘Ondankbaar. Dat zijn jullie.’ Ze kijkt even uit het raam en haalt dan haar gsm weer tevoorschijn. ‘Had ik jullie de taart al laten zien?’, vraagt ze iets bedeesder. 

Een jongen draagt rode schoenen met blauwe klittenband. Hij slingert tussen de harde, gele lianen van De Lijn, springt van zijn stoeltje moedig de afgrond in en hangt dan ondersteboven uit te hijgen. Zijn vader zegt dat dit geen speeltuin is. De jongen kijkt rond en begrijpt zijn vader niet.

Aan de halte huilt een meisje. Ze snikt luid en opzichtig. Een jongen, die enkele stappen van haar vandaan staat, kijkt af en toe naar haar. Telkens draait ze haar hoofd theatraal weg. Wanneer de deuren van de metro zich openen, stapt de jongen op. Het meisje rent naar hem toe. Hij duwt haar weg. Ze valt achterover. Even zweeft haar jurk als een luchtballon boven haar hoofd. Dan zakt ze in elkaar, haar gezicht bedekt met de leeggelopen ballon. Ze draagt Star Wars ondergoed. De deuren gaan dicht, de jongen draait zich om en zucht opgelucht. 

Een man draagt een iets te strakke, purperen broek die niet past bij zijn witte haar. Hij staat ook net iets te dicht bij zijn medepassagiers, en praat net iets te luid. ‘Hallo? Rudy? Ja? Hallo? Ha- Hallo?’ Rudy hoort hem duidelijk niet. ‘Patricia. Hallo. Hallo. Kan je Rudy even doorgeven? Ja? Rudy. Ja. Ik had gehoord dat jij van wijn houdt, en ook van konijn.’ Dit zorgt voor een bulderlach die de metro heen en weer doet schokken. ‘Nee, ik vroeg me gewoon af of jij nog zin had in koffie straks. Want als je kan, zou dat goed zijn, maar als je niet kan, dan is dat ook goed.’ Rudy heeft geen zin in koffie. ‘Nee, dat is goed’, liegt de man. ‘Doei.’ Hij kijkt beteuterd uit het raam. Rudy kan zijn gelaat toch niet zien.


donderdag 22 september 2016

Trouwens...

De kern van de kus is dus kunst:
het zwoele zoete zwoegen van het in elkaars waters wroeten.

dinsdag 24 februari 2015

Donderdagen

Viel rond zonsopgang in slaap
Droomde dat het zaterdag was
De maan was rond en rood
De straat in afwachting

Sneeuw dwarrelde hartig
De auto's stonden stil
Jij tekende zorgvuldig
voetafdruk na voetafdruk

Een storm werd het niet
Mijn thermometer brak en sliep
De verleden tijd vergeten
slaapte zij brak door

Je bent mijn lippen voorbij gelopen
Is dat hoe je mijn mond bezweert


zaterdag 22 november 2014

pH-waarde

Wanneer u spreekt
over de ziel, over het verleden
waar kijkt u dan naar
U spreekt met klare stem
duidelijk en zielsgraag
tegels breken en glazen dof
U houdt me in uw ban
Vlieg naar de deur
Geen hart in de hand
Waar laat u me deze keer weer vallen
De woestijn daagt niet uit
U bent nu al kurkdroog
Denk de sahara leeg
Met uw dronken spiel
krijgt u vast wel een kameel
of een steen toegeworpen
Eet mij dan op
Een bloem op mijn kop
Dan cactus ik stiekem weg
Mijn naalden tegen de huid
veilig en warm
Het water in de droogte
De citroen in de smakeloosheid
Zuurtegraad onbereikbaar
Houdt u nog van mij
De hand weg
De zon op
Vaarwel lief
Vaarwel mijn lief
Tot dan, splits jij nog eens een zee voor mij

zondag 28 september 2014

Sis.

Adem kiezelsteentjes in mijn maag
Take that shirt off
U heeft uw knopen niet meer nodig.

Grind your teeth
Dat staat u mooi
Uw das als een pijl naar uw navel

Blazen naar de rots
De hele berg op
She'll be coming 'round the mountain
De eeuwigheid in

zaterdag 6 september 2014

Lydia Davis' Stempel

We staan allemaal in de rij om onze zakken en koffers op de loopband te leggen. Mijn koffer gaat er in één zwaai op, maar ik ben vergeten een bakje voor mijn rugzak te pakken. De man achter mij geeft me het zijne. Mijn rugzak is echter groot, dus past mijn jas niet meer in hetzelfde bakje. Ik heb een tweede nodig. De man achter me zucht en geeft me een tweede bakje. Normaal kan ik dit wel goed, denk ik maar zeg ik niet.

In de volgende rij beland ik per ongeluk tussen een koppel in. Ze praten over me heen. Dus zeg ik tegen de man - die achter mij staat- dat hij best wel mijn plaatsje in de rij mag hebben, zodat hij iets makkelijker met zijn vrouw - die voor mij staat- kan communiceren. Ik neem een stap opzij zodat hij langs me heen kan lopen en dat doet hij dan ook.

De jongen achter de balie glimlacht vriendelijk naar de man die hem om een krant vraagt. Hij zegt dat de man geluk heeft want de Guardian is nog maar net aangekomen. De man vraagt waarom net die krant zo laat was, waarop de jongen antwoordt dat de kranten altijd met de eerste trein uit Londen aankomen, maar dat de Guardian zijn trein -net- had gemist.

Twee Amerikaanse vrouwen verbazen zich erover dat Belgische vrouwen meestal hun eigen achternaam behouden na hun huwelijk. De ene vrouw zegt dat ze de hele tijd die ze hier heeft doorgebracht dat nooit heeft opgemerkt. Ze ging er nu eenmaal gewoon van uit dat wanneer collega Van Kouter haar man Bart voorstelde, dat die man dan Bart Van Kouter zou heten. "Ja," zegt de andere, " en dan kom je er opeens achter dat-ie eigenlijk Bart De Wever heet!" Dat doet ze giechelen.

Een jongetje vraagt aan z'n vader of Belgische mensen ook naar Engeland kunnen reizen. De vader zegt van wel. Dat vindt de jongen vreemd. "Worden zij dan ook Engels?", vraagt hij. De vader denkt even na en antwoordt dan: "Enkel als ze niet meer terugkomen."

Inmiddels staan de Amerikaanse vrouwen achter me op de roltrap, die niet echt een trap maar eerder een loopband met een lichte helling is. Nu praten ze over relaties. "In België", zegt de ene, "is een officiële relatie een partner waarvan je vrienden en je ouders op de hoogte zijn." "Maar waarmee je niet getrouwd bent?", vraagt de andere. "Nee, dat niet,"luidt het antwoord, "En weet je wat ik nog vreemder vind?" De andere vrouw schudt haar hoofd. "Dat je niet kan zeggen dat je met je vriendin weggaat. Het moet altijd 'een' vriendin zijn, anders is het officieel. Nu weet ik toch dat als ik met jou iets ga drinken, ik specifiek jou bedoel en niet zomaar 'een' vriendin, ongedefinieerd." "Tja, " zucht haar vriendin, "misschien zouden we het maar officieel moeten maken." Dan giechelen ze weer.

Terwijl we de loopband aflopen merk ik opeens dat de man voor me zijn koffer niet vasthoudt. In plaats van zijn hand grijpen er twee leren gespen, die onder zijn mouw verdwijnen, het handvat van zijn koffer vast. Ik weet niet waar ze onder die mouw naartoe lopen. Dat had ik niet eens gemerkt, denk ik en met beide handen aan het handvat van mijn koffer stap ik de trein op.

zaterdag 21 juni 2014

Zwarte koffie.

Vijftien maanden. Dat is wanneer de problemen beginnen. 
Zegt ze terwijl ze een peuk onder haar voet dooft
‘t Is altijd fijn. Simpel. Weet je.
En dan zijn er de anderen.
Die vind je best wel leuk.
Dat ene moment, die kleine twijfel.
En zit je op de bus te wachten 
maar klikken je knieën in protest 
Kijk je even om te zien of-ie nog, ja hoor hij ook.
En wat moet je dan met die 
Die vindt je best wel leuk. 
kennis

Dus houd ik me vast bij mijn oren
Verander in marmer
Wacht tot de tijd het getij 
De maan weer knipoogt
Standbeeld ik zo koud
Dat de zon me kraakt
Voel ik niet.
zegt ze onder haar donkere bril.

Een zucht. Ach. 
Je bent nog zo 
Klein. En lief. 
Wil je wel
Ja, vrijen. Maar echt zoenen, 
aardebrekend en dijenschuddend,
daar ben je toch 
misschien ja
jong. 

Een slok espresso. 
Een klop, op de schouder, kop op.
Stoel schuiven, heupwiegend
Schaterend schitteren 

de hoek om.

vrijdag 21 februari 2014

Trivia

Een stille vraag als de stoet van stedengrijs je even voorbij gaat.
Is het aards of hemels
Is het genot of geterg
Is het een trage windmolen
van lippen in de zon.

vrijdag 29 maart 2013

Een waken voor een lichaam

Het wrede zoeken
naar een vingertop
naar een handpalm
naar de plek waar jouw ruggengraat
hol een schuilplaats vormt

In die schaduw
tussen graat en graf
klinkt het doffe geklik
van jouw Rusland
van jouw gokspel

van het einde van jouw zoeken
naar vrede, naar slaap

woensdag 24 oktober 2012

Aardrijkskunde

Snijdt het kraken de wervels in jouw rug
Vermijd de graten tot de zoete verstikking
Graaf dieper, steen per steen
Houweel je in mijn mijn

De tegels verschuiven
Lichten klinken
Klanken verlichten
De straat loeiend

Zoeken de barsten je dromen op
Verrijk de hemel vol mineralen
Vind het koper, speer per speer
Versmelt je in haar haar

De straten verruimen
Donkere aard
Aardig verdonkerd
De tegel verzinkt

Twee mannen draaien zich om
Vragen of de wereld nog draaien kan
Wanneer mijn adem stokt
En mijn lichaam valt
De kern van de wereld in








maandag 16 april 2012

Lieve jongens.

Bijt me. Kraak me.
Tot ik in scherven
-met wijnrode lippen
en scherpe tongen-
op de grond spiegel.

U vraagt waar ik dan wel
hoe ik dan wel
zou ik dat wel
Met uw ruwe handoppervlak
palmt u me -voorzichtig- in.

Ziet u dan niet dat
voorzichtig
voorspelbaar
verveling
en dat ik, althans bij een man,
geen bemoedering zoek?

zondag 29 januari 2012

Banket

Terwijl er lachsalvo's ronddwalen
Door een adem verlost
En van woorden, langzaam vermalen
Het breken van de korst

Het korrelt eindeloos in magen
De vraatzucht leeft weer op
Tot het einde der dolle dagen
De gratie in galop

Weerklinkende glazendood
Het bang vergetelijk oog
De kogels lieflijk verloot
Wat rest ons morgen nog?

donderdag 12 januari 2012

Ba(r)st

Ik wilde enkel
Zoethout
De warmte in jouw kraag
Trillend door jouw klank

Ik wilde alleen
Mahonie in de tuin
Voor de ruit een zwaaiende tak
Het openbloeien van een houterige hand

Ik wilde enkel
Dat stukje vel boven jouw voeten
De stam van jouw bestaan
Wilde alleen ik zijn

vrijdag 9 september 2011

Een beetje

Ik lijk je te missen, elke dag een beetje meer.

Ooit was er de hemel in de vorm van een plafond, maar wij zagen er sterren in, en hemellichamen.
Drink tot in je keelte, tot je kilte overwaait; mijn sjaal houdt de sneeuw niet langer tegen.
Ik omarm mijn armoede in kalme, gedreven slagen en knabbel op mijn krakende duim.
Geniet van mijn warmte, blijvend en alleen, ze krijgt haar gave dagelijks gerantsoeneerd.
Maar over sterren en kraters, zoveel gaten en niets dan sterrenstof, om de leegte mee te vullen.
De leegte, geslagen en verslagen door vurige vraatzucht en gretigheid, vult ons plafond, dat wit.

Een beetje lijk ik je, elke dag meer.

woensdag 7 september 2011

Mnemosyne

Mijn ogen flikkeren waanzinnig totdat mijn hersenen
verwerken wat ze niet willen weten, niet weten, niet weten
en de opruiende stomp in mijn maag mijn ingewanden naar buiten
doet breken en zich om mijn nek sluiten en verstikkend strengelen
koudbloedig en paars zijn mijn handen; mijn handen alleen
zonder houvast, zonder een grot van mannenhanden om zich
in te verbergen, te herbergen bij het vuur; het vuur van warmte
en genegenheid, het vuur van passie, zo anders dan de zee;
de zee van alles en niets, en van doorgedraaide wonden die al lang,
zo lang, genezen hadden moeten zijn.

'Ik weet beter maar niet beter', las ik.

Draaiend rond mijn eigen as klikken de revolvers in het rond
Zeeziek en zeezoek verwijnen ze in de massa van kolkend en kokend,
van verborgen herinneringen, naar Mnemosyne toe, die roept:
Vergeet, vergeet niet, behalve de wonden in je huid
Gegriefd graaf ik diep in mijn borst naar de kerven
wiens bestaan ik lang ontkend heb en zal
Tenzij haar bijtende zoutheid mij tot een bekentenis werpt.

'Ik weet beter maar niet beter', begreep ik.


----------------------------------------------------------------


Ik weet beter maar niet beter is een zin uit het boek Print is Dead.

dinsdag 16 augustus 2011

Automatisch schrijven #2

Wij duwen en trekken
Onszelf in de eindeloosheid
Jij spuugt woorden als een jakhals
En ik jank, verwond, in een hoek
Klanken te melodieus krassen we
Kraaiend enkel nog schrift
Letters, mijn maagdelijk wit bedekt
Tot een storm vol assen de hemel zwart
Ik strek mijn hand uit en gom
en gom en gom en gom en gom

Magneet, ik ban je
Magneet, ik pool je
Als een aardbol zonder evenwicht
Los me op in zandkorrels
Zodat de zee me meevoert
Naar een epos, naar monsterige meren
Naar daar waar de stilte de eeuwigheid verschuilt
Naar een hemel, wit
En een blad, vlekkeloos
Naar de realiteit waarin ik en jij
Geen ronddwalen, maar onbestaand is


Mijn excuses voor het recente onbewerkte werk. Ik ben ondertussen bezig aan een toneelstuk ('Oak') en mijn roman ('Brieven aan mijn liefste') staat -nog altijd- in haar kinderschoentjes.

zaterdag 4 juni 2011

Automatisch schrijven

Zo bang ben ik zo bang

Mijn wereld klein mijn liefste
groot was ik nooit maar
eerlijk dat wel en ook
al hielp dat niet het
deed pijn maar goede pijn
de pijn van het wordt wel
beter straks snel en van
even korte pijn en dan
het walhalla van jouw zoenen
en dan gerust zijn in
stilte en kijken en verdwalen
want jouw handen zijn zo
groot zoveel groter dan
ik en ze pakken me in
zoals jij mij inpakt en
ontvouwt blaadje voor vouwtje
en mij ziet en wauw zegt en
ik weet dat het fout is maar
ik zie enkel je lippen en ik wil
ze voelen zegt en ik glimlach
en antwoord niet maar ik wil ook
heel graag jouw lippen
en mijn lippen als dat
kan nog even maar dan
gebliep en besef en alles
wat mooi was wordt fout
maar jij vindt het niet erg
of toch en dan zoen je me
opnieuw en ik geef toe opnieuw
want ik wil en jij wil maar zij
wil niet dus verstoppen en geheim
en alles lijkt verkeerd
maar jij pakt mijn hand en
zegt dat alles wel goed
komt en ik slik en ik geloof
en ik verstik mezelf om jou
niet te verstikken maar jij
ziet mijn wanhoop niet en
vertrekt maar niet zonder
een kus en dan slaat de
deur dicht en ben je echt
weg en ik alleen echt
verlaten voor een ander
maar wacht ik ben de
ander dus als zij de ene
is en ik de ander
wat ben jij dan?

maandag 30 mei 2011

Zilte zoen

De zilte zoen kuste haar mond en tevreden liet ze haar begaan. De zee, machtig en bewonderenswaardig sereen, die haar liefde had gestolen, slokte haar nu hondsdol en met schuimende mond op. Ze kende geen angst, geen twijfel. Haar longen vulden zich met water; ze proefde de zoute korrels door haar maag gutsen. Ze kuchte, proestte lachend, alsof ze niet van Poseidon, maar van Bacchus bezeten was. Haar lach klaterde tegen de klippen en werd beantwoord door een zwerm meeuwen, die door de spanning van de nakende dood des te levendiger rondcirkelden. Waanzin dwaalde in haar ogen, die tevergeefs de blauwte gadesloegen.

"Ik vertrek morgen", hoorde ze hem zeggen. "In jouw conditie zou ik echter niet naar de haven komen. Je weet nooit wat er gebeuren kan." Zelfs in het eeuwige duister zag ze zijn walging. Walging van wat er haar overkomen was, walging van wat zij nu was. Walging van zijn beslissing. Ze voelde zijn priemende blik, en de echo van het waarom. Ze rook zijn zenuwachtige transpiratie, hoorde hem nerveus aan zijn arm krabben. Hij keek in het rond, maar zij wist dat hij weg keek. Weg van haar en haar dode oogopslag. De stilte werd gebroken door het gekrijs van een meeuw, haast opjuttend. Ze zweeg.
"Godverdomme", riep hij, "Godverdomme, Iris. Kijk niet zo." Hij liep naar haar toe, ze voelde de warme schaduw van zijn lichaam over zich vallen. Ze wist dat hij probeerde, wanhopig. Maar ze zou zijn aanblik nooit meer kunnen beantwoorden. Zwijgend liet ze haar hoofd zakken. Hij stond recht, schopte gefrusteerd een stoel omver en stormde naar buiten.


Hemel en zee werden één, terwijl ze haar armen om zich heen sloeg.Haar jurk voelde zwaar, haar schouders trokken haar naar de diepte. Ze voelde haar krachten wegebben, het lachen was haar vergaan. Ze schreeuwde nu, een geschreeuw vanuit haar diepste binnenste, gevuld met gitzwarte klanken en een ondertoon bitter als gal. Een laatste kreet verliet haar lippen -nu ook al blauw- gevolgd door een schuimend geruis. Er was geen worsteling, enkel het heen en weer van de golven. De zee bleef onveranderd achter. Enkel het gekwetter van de meeuwen resteerde.

maandag 25 april 2011

Tussen de (poging tot) poëzie en proza: een mededeling


Ik huil in zwart-wit om de vriendschappen die ik ben misgelopen.
Maar ben te laf om schuld te bekennen.
Tot ik kokhalzend naar een raam toe struikel
En terwijl mijn binnenste zich naar buiten stuwt
Schreeuw ik
Mea culpa,
Amici mei,
Mea culpa